Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
Op gelijke wijze worden door een geluidge-
vend voorwerp, b. v. eene klok, de luchtdeel-
tjes , welke het omgeven, in trilling gebracht.
Slaat men op eene klok, dan begint zij te tril-
len. Deze trilling gevoelt men, wanneer men
met den vingertop de klok even aanraakt. Rij
een toongevende snaar, stemvork of veer kan
men die trilling met de oogen waarnemen. De
naaste luchtdeeltjes nemen de trilling over en
stooten tegen <le volgende. Zoo ontstaan er
kringen in de lucht. Op het oogenblik, dat
de lucht, die ons oor omgeeft, in die trilling
begint te deelen, hooren wij het geluid. Ifet
trillen der lucht zien wij w^el niet, maar wij
kunnen het op andere wijzen gewaar worden.
Waardoor b. v. daveren deuren en vensters bij
een donderslag of kanonschot ?
Treft de trillende lucht het oor van vele per-
sonen, dan vernemen allen hetzelfde geluid.
Zoo kan het luiden eener kerkklok door al de
bewoners van stad of dorp gehoord worden.
Er zijn verschillende soorten van geluiden.
Een dof geluid noemen wij (jeruiscit, en als
het daarbij sterk is, gedrimch. Een sterk geluid,
dat kort van duur is, heet knal. Klank noemen
wij een^ door regelmatige trillingen verwekt, ge-
luid. Het is aangenaam voor het gehoor. Letten
wij op de hoogte of diepte van een klank, dan
noemen wij hem toon.