Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
water; — ook al neemt men het papiertje weg. Beproef
dit ook eeuB met eene wijnflesch en een bierglas ; maar
voorzichtig.
Neem een lang glazen buisje, leg het eene einde in het
water, znig aan het andere einde langzaam de lucht uit,—
en ge ziet het water ook langzaam in het buisje opatijgen. —
Waarom ?
^Jeem diezelfde proef eens met een glazen spuitje.
Waarom vloeit er niets uit een vat , dat geheel met
eene vloeistof gevuld is, wanneer men de kraan opent en
het spongat gesloten houdt ?
Toepassing^, Waterspuit, pomp, brandspuity hevel en baro-
Vleier,
7. De Lucht. (Vervolg.)
Ademen. Gelijk de visch van alle kanten
door water omringd is, zoo zijn wij door de
lucht omgeven. Wij hebben de onontbeerlijke
zuurstof dus altijd in ons bereik; daarbij heeft
Gods Voorzienigheid ons het gebruiken der
lucht zeer gemakkelijk gemaakt. Wij ademen
haar in.
Daartoe hebben wij niets anders te doen dan
de borst te verruimen, en dit geschiedt zonder
onzen wil, zoowel in onzen slaap, als wakende.
De lucht begint dan hare w^eldadige werking.
Aanstonds stroomt zij door neus of mond naar
binnen, komt in de longen en geeft daar zuur-
stof aan het bloed af, waardoor dit gezuiverd
wordt. Bij uitademing gaat dan de bedorven