Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
209
Het Plantenrijk.
Aan de planten onderscheiden wij : wortel, stengel, bladen,
hloemen en vruchten.
IVortel. Er zijn onderaardsche en bovenaardsehe wortels.
Met de onderaardsche wortels is de plant in den grond
bevestigd. Zij zijn de voortzetting van den stengel onder
den grond. Zij halen tevens het voedsel, dat de plant
noodig heeft, uit den grond, b. v. stikstof, kalk, ammoniak,
potasch.
De bovenaardsche wortels van eenige planten, b. v. van
klimop, dienen, om de stengels aan dicht bijzijnde voor-
werpen te bevestigen. Zij voeren geen voedsel aan. (Hecht-
wortels.) De bovenaardsche wortels van andere planten,
b. V. van Turksche tarrn, brengen voedsel aan. (Luchtwor-
tels.)
Opmerking. Woekerplanten nemen door znigertjes voed-
sel uit de planten.
De Stengel is dat gedeelte der plant, hetwelk zich boven
den grond bevindt, en waaruit de overige deelen: takken,
bladen of bloemen voortkomen.
Hij rechtop, oiligt. Eenige planten, als de Äo;), slin-
geren zich om staken of stengels van planten; andere, als de
wijngaard, de erwt hechten zich met lange draden of wor-
teltjes aan nabijstaande voorwerpen en klimmen naar boven.
Opmerkingen. 1. De stengel draagt verschillende na-
men. Bij houtachtige gewassen noemt men hem
stam, bij de grassen halm, bij kruidachtige plan-
ten stengel.
2. De wortelstokken (sleutelbloem) knollen
(aardappel) en bollen (tulp, ajuin) beschouwt men als
onderaardsche stengels.
3. Bij den stam onderscheidt men van
buiten naar binnen: schors, bast, houtlaag en merg.
De bladen nemen het voedsel op, dat de plant uit
de lucht noodig heeft, n. 1. het koolzuur. Zij dienen ook
B. N. '14