Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
n.1. rood, geel en blauw noemt men hoofdkleuren,
omdat men door vermenging van deze kleuren
vele andere kan verkrijgen; b.v. rood en (jeel
geven oranje; geel en blauw geven groene
kleur enz.
De 7 kleuren vertoonen zich ook , als men
door eene vogelveer, of schuin door de oog-
haren naar een sterk licht ziet. Hetzelfde ver-
schijnsel neemt men waar bij parelmoer, bij
zee[)bellen, bij dauwdruppels , bij watervallen ,
waar het opvallend licht wordt gescheiden of
verdeeld. Vooral duidelijk zien wij de 7 kleu-
ren bij den regenboog. Deze ontstaat telkens,
als het licht der zon in de druppels van eene
regenbui wordt ontbonden of gebroken; doch
wij zien hem slechts, als wij de zon achter,
en de wolken voor ons hebben, en de zon niet
te hoog staat. Hoe grooter de drui)pels zijn,
des te duidelijker zijn de kleuren.
fUj zonsop- en ondergang vormt de boog een
halven cirkel. Hoe hooger de zon staat, hoe
kleiner het zichtbare deel van den regenboog
wordt.
Ook het maanlicht kan een regenboog doen
ontstaan; de kleuren zijn dan veel zwakker.
fjetten wij nu eens op de kleuren van on-
doorschijnende voorwerpen. — Een lichaam is
volkomen zwart, wanneer het al het opvallend
licht opslorpt en dus niets terugkaatst. Worden