Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
Klaiiwilieren, Do teenen dezer dieren zijn van klauwen
of nagels voorzien, dio onbeweeglijk zijn , of wel kunnen
worden opgelicht; in dit geval een vreeselijk wapen.
Behalve do apen, vleermuizen, insecteneters (als de mol
do egcJ , do spitsmuis) behooren tot de klauwdieren nog
de roofdieren en knaagdieren.
A. Do roofdieren hebben een sterk en lenig gebouwd
lichaam, een scherp gebit en scherpe klauwen. Zij voeden
zich voornamelijk met het vleesch van warmbloedige dieren,,
en richten alzoo groote slachting aan onder vee en gevogelte.
Door hun pelswerk en de verdelging van eene menigte
knaagdieren zijn zij nuttig. Tot do roofdieren behooren:
de kattensoorlcn ; huiskat^ leeuw, tijger, luipaard en panter.
de hondensoorten: huishond, wolf, vos, jakhals hyena..
de berensoorten: bruine beer, ijsbeer en waschbeer.
de niartersoorten : marter, wezel, das, vischotter en hermelijn.
B. De Knaagdieren zijn meest kleinere dieren. Hunne
huid heeft slechts ééne kleur. Vóór in den bek staan
vier grooto knaagtanden. Zij leven veelal onder den
grond of op boomen, voeden zich met planten en richten
dikwijls groote schade aan door hun knagen en woelen.
Eenige zijn nuttig door hun pelswerk of hun vleesch.
Tot de knaagdieren behooren :
De eekhoorn, de marmot; — de muis^ de rat, de veldmuisy
de veldrat; — de haas, het konijn; — de heoer en het
stekeloarken.
De Vinpootige, Deze dieren zijn alle zee-roofdieren.
Hunne pooten zijn bijna alleen tot zwemmen geschikt.
Met de tanden moeten de meeste dus hun voedsel grijpen,
vasthouden en verscheuren.
Tot de vinpootige dieren brengen wij : den zeehond,
walrus en zeeleeuw; — den walvisch, de zeekoe, den pot'
visch , narwal en vinvisch.