Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
Ook de dieren, zelfs de kleinste, die gij ooit
zaagt, ontvangen voedsel voor hun lichaam uit
het bloed. Wel gaf God niet aan alle een hart,
maar toch in het kleinste diertje vloeit, door
de werking van een der lichaamsdeelen bewo-
gen , het bloed door het geheele lichaam, om
daar een zelfde rol te vervullen als bij den
mensch. Hoe lijn zijn niet de adertjes in de
lichaampjes, die gij ter nauwernood kunt zien.
Vooral in het kleine schittei't Gods almacht.
10. Het Oog.
Yan de vijf zintuigen des menschen is het
oog het edelste. Het is het werktuig voor liet
gezicht. God heeft het allerkundigst ingericht,
en op alle wijzen beschermd, opdat het niet
beschadigd worde. Hij plaatste het in het hoofd
én gaf het eene drievoudige wacht in de w^enk-
brauwen, de oogleden en de oogharen. Terwijl
de wenkbrauwen en oogharen de sterkte van
het licht, dat van boven invalt, matigen en
het zweet, dat van het voorhoofd loopt, tegen-
houden , beletten de oogharen en oogleden het
indringen van schadelijke stofjes. ]]ij het min-
ste gevaar, dat de oogen dreigt, sluiten zich
de oogleden als van zelf Van do binnenzijde
hebben de oogleden eene zachte oppervlakte,