Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
werd, zou hij, bij eene geringe verhooging der
warmte in den korf, gisten en zijn heerhjlven
geur en smaak verhezen. Hij zou verzuren.
Bij de uiterst geringe hoeveelheid , die zich in
iedere cel bevindt, heeft die gisting niet plaats.
Daarbij wordt elke cel met een dekseltje van
was gesloten. Iedere bij vliegt dagelijks op zijn
meest vijf malen om honing uit. Zij halen hem
om er zich mede te voeden, vooral gedurende
den langen wintertijd, als er geen bloemen
zijn, die haar voedsel kunnen geven. h]én
enkele korf kan 30 KG. en meer honing be-
vatten.
Het aantal bijen in één korf is verschillend.
Terwijl er nooit meer dan ééne koningin ge-
duld wordt, loopt het getal hommels van 300
tot iOOO; het getal der werkbijen gaat tot 18000
en hooger.
Wordt het aantal bewoonsters van een korf te
groot, of kruipt eene jonge koningin uit hare
cel, dan verlaat de oude met een groot aantal
bijen den korf. Dit uittrekken heet zwermen.
De opmerkzame bijker heeft leege korven ge-
reed , waarin hij de wegtrekkende schaar weet
te lokken of te scheppen. Vlijtig begeeft zich de
zwerm aan den arbeid en weldra is de korf
met honingraten gevuld, waarin de honing moet
bewaard worden. Koningin en werkbijen leven
in het koude jaargetijde matig van den honing.