Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
ATordt tegenwoordig in Amerika veel gebruikt
tot het vervaardigen van kokers , geldbeurzen
enz. Zij hebben voor ons nog een ander voor-
deel. Zij leeren ons immers de macht van
God vreezen, die zoovele duizenden dieren ge-
schapen heeft, waarvan één alleen genoeg is ,
om een geheele streek te verontrusten.
33. De Slangen.
De slangen zijn kruipende dieren in den vollen
yin des M^oords. Zij hebben geene pooten en
kunnen zich dus alleen kruipend voortbewegen.
Het lichaam is met hoornachtige schubben
bedekt, die bij de eene glad, bij andere onef-
fen en hobbehg zijn. Over dit schubbenkleed
ligt de dunne opperhuid. De huid der grootei'e
slangen levert sterk leer. Eiken zomer krijgt
<le slang vier of vijfmaal eene nieuwe huid.
Eenige dagen voor zij de oude huid verliest is
het (her traag, bijna blind en heeft geen eetlust;
na de vervelüng wordt het weer hongerig en
levendig. De opperhuid laat het eerst aan de
lippen los en wordt vervolgens bij wijze van
kous afgetrokken.
De tanden der slang zijn slechts tot grijpen
en vasthouden der prooi ingericht: zij zijn spits,
gebogen en glad. De giftslangen hebben aan