Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
komen in ons land voor: van de kruipende
dieren alleen de hagedissen en enkele slangen.
De overige bewonen warmer streken. Als men
de slangen en enkele schildpadden uitzondert,
kan men de overige dieren dezer soorten tot
de waterdieren rekenen. —
De schildpadden hebben korte pooten en een
breed lichaam, dat door een buik- en rugschild
bedekt wordt. Eenige soorten zijn nauwelijks
30 cM. lang. Andere, zooals de olifantsschild-
pad zijn groot en wegen tot 400 KG. Deleder-
schildpad, die meer dan 2 M. lengte heeft, kan
Avel 800 KG. zwaar worden.
Bij de krokodillen , waarvan enkele soorten
6 tot 7 M. lang worden is het rugschild deels
hoorn- deels beenachtig.
Het hchaam der slangen en hagedissen is met
schubben bedekt.
De tweeslachtige dieren hebben eene gladde
huid. De kop is breed en plat, de mondope-
ning groot, maar de tanden klein. De huid
is met eene kleverige stof bedekt.
Alleen de salamanders behouden geheel het
leven hun staart. De kikvorsch heeft in den
-eersten levenstijd een staart, welke hij later
verliest. Op warme zomeravonden geeft hij
met honderden makkers concert in poelen en
slooten.
Bij al deze dieren zijn de zinnen weinig ont-