Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
De kop van den walviscli beslaat het derde
gedeelte van het Uchaam; het heeft dus eene
monsterachtige gedaante. In den kop van dit
dier kunnen 20 muzikanten op hun gemak
plaats nemen. De keelopening is nauwelijks
een vuist groot, zoodat de walvisch zich alleen
met kleine dieren als haring, zeeslakken, kwal-
len kan voeden.
Hoe wijs regelde Gods Voorzienigheid de
grootte van den kop, zoodat veel diertjes op
eens gevangen, met de tong, die 5 ^I. lang
en 3 M. breed is, lijn gewreven en daarna
opgeslikt w'orden. Tanden zouden hier geheel
misplaatst zijn geweest: God gaf hem daarom
het groote vangtoestel, dat voortdurend in wer-
king is, en hem overvloed van spijs bezocht.
Tot de walvischachtige dieren behoort nog
het geslacht der dollijnen, waartoe de bminvis-
schen, nonuals en potvisschen met hun gedroch-
telijk hchaam behooren. Deze laatste worden
20 tot 25 meter lang; de overige van2 tot3 M.
De dolfijnen zijn zeer gevoelig voor muziek;
zij vergezellen dikwijls in troepen de schepen
op den oceaan en vermaken de varensgezellen
door hunne snelle bewegingen en fraaie sprongen.
Dij de schepelingen worden zij : (( de boer met
zijne varke}is'' genoemd. Op het eerste gezicht
komen zij met onze wroeters heel wat overeen.
In het lichaam van den potvisch ontwikkelt