Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Yan dat breken der lichtstralen heeft men zeer nut-
tige toepassingen gemaakt.
Men heeft de glazen zoodanig geslepen , dat beide
zijden min of meer bol zijn. Valt nu het zonlicht aan
eene zijde op zulk een glas, dan komt het aan de an-
dere zijde in één punt te, zamen. Ook de warmte laat
zich zoo in één punt zamenbrengen. Is het glas groot
genoeg, dan kan die vereenigde warmte een of ander
brandbaar ligchaam doen ontvlammen.
Menschen, die vérziende zijn, die alleen op eenigen
afstand duidelijk kunnen zien, geeft men zulke holge-
depen glazen voor de oogen. De voorwerpen vertoo-
nen zich dan digter bij, en het waarnemen der dingen
wordt hun gemakkelijker. Twee zulke glazen, op eene
gepaste wijze vereenigd, zoodat er voor elk oog één
komt, vormen een' bril.
Voor bijzienden behoeft men brillen met holgeslepen
glazen. Want juist het tegendeel heeft plaats, als
men brillen met zulke glazen bezigt. Deze versprei-
den de lichtstralen en brengen daardoor de voorwer-
pen voor het oog op grooten afstand, terwijl de bolle
glazen, zoo als we zeiden, de lichtstralen meer tot
elkander brengen.
Glazen, die zuiver bol geslepen zijn, vergrooten de
voorwerpen soms een groot aantal malen, en stellen
den mensch in staat de fijnste deelen van planten en
dieren waar te nemen, die voor het bloote oog on-