Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Men Iioort liet geblaf van honden, het losijan van
den wind of het ritselen van bladeren; ook wel het
geschreeuw van vogels. Onze eigene voetstappen zijn
dan ook duidelijk te hooren.
Dat alles kan dus geluid geven. Aangename geluiden
jeven: de muzijk, het zingen, het gezang der voge-
en, het rinkelen van bellen en meer andere zaken.
Onaangenaam geluid verneemt men, als iemand gilt
of kermt, als de ezel balkt of het hert schreeuwt, als
eene zaag gescherpt wordt en als de griffel krast.
Eenioonig geluid geeft de slinger van de klok en
de tik van het horologie.
Ratelend en rommelend geluid geeft de donder.
Sterlc geluid geeft het schot van een kanon,
Zwah geluid vernemen wij bij het ademhalen.
Wij moeten er ons op toeleggen om een helder ge-
uid te doen hooren, als wij spreken en lezen. Vele
cinderen, vooral meisjes, hebben de gewoonte zoo zacht
te lezen en te spreken, dat het bijna onmogelijk is ze
;e verstaan.
Uit een en ander leiden wij nu af, dat er verschil-
ende geluiden bestaan, dat bijna al wat zich beweegt
)f bewogen wordt geluid geeft. Nu zijt ge zsker wel
nieuwsgierig, te weten, hoe dat geluid ontstaat en
10 e het in onze ooren komt.
Geluid wordt voortgebragt door de trillingen van
en veerkrachtig ligchaam. Steek ik eene speld met
5*