Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
ook de prachtigste planten en bloemen, en de schoonste
dieren vindt.
AVij worden de warmte door het gevoel gewaar; met
onze andere zintuigen kunnen wij haar niet ontdekken.
De zon is de voornaamste bron van warmte , en wel
te meer, naarmate hare stralen regter op de voor-
werpen vallen. Tn onze streken komen zij in den win-
ter in eene meer schuine rigting tot ons, dan in den
zomer, waarom dan ook de warmte in het eerstge-
noemde jaargetijde zooveel minder is, dan in het laatste.
Door verbranding van zekere stofFen wordt mede
warmte voortgebragt. Hout, turf en steenkolen zijn de
meest gebruikelijke brandstoffen. ïot die verbranding
is lucht noodig; zonder deze dooft een brandend lig-
chaam uit. Denkt aan den doofpot en aan de kagchel,
bij welke voorwerpen men aan de lucht, die er zich in
bevindt, alle toegangen afsluit, als men het verbranden
wil tegengaan.
Na de verbranding blijft er van sommige ligchamen
asch achter, van andere niets. Turf, hout en steen-
kolen, laken, linnen, enz., behooren tot de eerste f^oort.
Jenever, eau de Cologne, eau de Yoorbourg, enz. tot
de tweede.
Eenige stoffen, verbranden met eene vlam, zooals
vet, hout en steenkolen; andere, bijv,: tabak, doppen
van boekweit, enz. gloeijen doorgaans zonder te vlammen.
De warmte doet de ligchamen uitzetten. Somtijds
lllMi