Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
gij misschien wel eens hebt opgemerkt, maar waarvan
gij de oorzaak nog niet kent.
Gij allen hebt wel eens water zien putten. Maar
hebt gij ook wel opgemerkt, dat het optrekken van
den emmer gemakkelijk ging, zoo lang die onder
water was, maar dat men veel grooter kracht moest
aanwenden, om hem hooger te krijgen, wanneer hij
boven de oppervlakte van het water was gekomen.
Een grooten steen, die op den grond liggende,
door één persoon moeijelijk of in het geheel niet kan '
bewogen worden, wordt in het water gedompeld, door
denzelfden persoon op eene andere plaats gebragt. De
oorzaak daarvan is, dat de ligchamen, bij het dompe-
len in eene vloeistof, van hunne zwaarte verliezen.
Dit verlies bedraagt juist zooveel ponden, als het
ligchaam kubieke palmen groot is.
Het soortelijk gewigt van koper is 8,5. Heeft men
nu een stuk koper, groot 12 kubieke palmen, dan
zal dit 103 S wegen, doch in het water gedompeld,
zal het daar zooveel ponden aan gewigt verliezen, als
het kubieke palmen groot is; dat is hier 12 'S, dus
weegt dat stuk 'koper onder water 90 'S. Een steen
verliest bijna de helft van zijn gewigt in het water.
Met drijvende ligchamen is het anders gesteld. Deze
verplaatsen zooveel kubieke palmen water als zij ponden
wegen, en hebben dus, in vloeistof gedompeld, geen
gewigt.