Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
De werktuigen verdeelt men in twee soorten, enhel-
wudiffe en zamengestelde werktuigen. De enkelvoudige
zijn: de hefboom, de balans, de Jcatrol, het windas,
het hellend vlak, de wig en de schroef.
Er zijn eene menigte zamengestelde werktuigen. Zij
bestaan meestal uit eene vereeniging van een of meer
enkelvoudige. Het uurwerk behoort onder de zamen-
gestelde werktuigen. Ook molens behooren daartoe.
De werktuigen worden gemaakt, om gemakkelijker,
sneller en netter het een of ander te verrigten, en
vooral ook, om met weinig kracht veel last in bewe-
ging te brengen Zonder den moleu zou men zoo ge-
makkelijk het water niet opmalen en het koren niet
fijn krijgen. Zonder vuurtang kan men het vuur niet
zoo goed aanvatten. Zonder kruiwagen zouden er meer
vrachten gedragen moeten worden , en menigeen zou
zonder dit werktuig dikwijls zeer verlegen staan.
Elk werktuig heeft zekere plaats, waar bij het ge-
bruik kracht wordt uitgeoefend. De schop heeft een
steel, de schaar heeft twee oogen , de kruiwagen heeft
twee hoornen, de molen vier wieken, het mes een heft,
en zoo al meer. De kracht, die op die plaatsen wordt
aangewend, wordt magt genoemd.
*Er is eene zekere magt noodig, om een werktuig in
beweging te brengen, en naar behooren te doen werken.
Nog heeft elk werktuig eene plaats, waar het eigen-
lijk zijne werking doet, het zij dragen, hetzij knippen,