Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
dan verkrijgen wij een figuur, die de gansclie plek
aanduidt, waarboven ons zwaartepunt kan geplaatst
zijn, zonder dat wij vallen.
Iemand, die op stelten loopt, staat op verre na zoo
vast niet, en kan ook niet stil staan zonder leunen ;
wil hij op dezelfde plaats blijven, dan moeten de stel-
ten zich onophoudelijk verplaatsen.
Draagt iemand aan de regterhand een' emmer water,
dan buigt het ligchaam naar den linkerkant over, om-
dat het zwaartepunt door den last zich meer regts
geplaatst heeft en buiten het ondersteuningsvlak zou
vallen. Droeg men twee even zware emmers water,
in elke hand één, dan zou men volkomen regt kunnen
blijven loopen. Ge begrijpt nu wel, waarom iemand
met een pak op den rug voorover, en iemand met
eenige zwaarte voor zich, achterover loopt.
Koorddansers hebben het ver gebragt met de on-
dersteuning van het zwaartepunt. Ze maken allebei
bewegingen op de koord, en zorgen toch, dat hun
zwaartepunt altijd weer boven de koord komt.
Werktuigea»
De timmerman gebruikt hamer, zaag, boor, nijptang,
passer, schaaf, beitel, bijl en meer ander gereedschap.