Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Is ecliter de beweging ongeregeld, dan noemen wij
ze ongelljkmalig. Een neervallend blaadje heeft meestal
eene ongelijkmatige beweging.
Eeweegt zich iets al sneller en sneller, dan heeft
er eene venneilende beweging plaats. Beweegt zich
iets gedurig langzamer , dan noemen wij het eene
vertragende beweging. Als de spoortrein afrijdt is de
beweging versnellend, als ze hier of daar stil moet
staan, wordt de beweging vertragend.
Alle dingen, die zich bewegen, veranderen van
plaats. Iets waarvan alle deelen op dezelfde plaats
blijven, beweegt niet.
Kiets kan dus bewegen of er moet plaats zijn,
waarin het zich beweegt. Ook is er tijd noodig, ge-
durende welken de beweging geschiedt. Zonder plaats
en tijd is er geene beweging denkbaar.
Vallen. Slingeren.
De boom valt. Het huis stort in. De grond dreunt.
De wagen hotst. De bal rolt. De kroon slingert.
De wieg schommelt. Het water vloeit. De zee golft.
Zietdaar eenige benamingen, die allen eene beweging
aanduiden. Er zijn er nog veel meer. Bedenkt er u