Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
zonnestralen tofc ons komen, hoe minder warmte de
zon ons geeft. Door de draaijing der aarde om de
zon wordt dan eens de eene, en dan weer de andere
helft der aarde meer verlicht en verwarmd Wij wo-
nen op het noorder halfrond, en hebben dan zomer,
als dat noorderdeel der aarde meer licht en warmte
van de zon ontvangt. Den 2Ie Maart zijn de dagen
en nachten over de geheele aarde even lang, dan be-,
gint bij ons de lente- Drie maanden lang worden de
dagen voor ons gedurig langer, tot op den 21e Junij,
wanneer wij den längsten dag hebben. Dan begint
voor ons de zomer. De dagen nemen weer af, maar
de warmte neemt nog eenige weken toe. Den 2 Ie
September zijn dagen en nachten over de geheele aar-
de weer geHjk. Dan vangt voor ons de herfst aan.
Deze duurt tot den 2Ie December, die de kortste dag
is, en wanneer onze winter begint.
Zoo wisselen de jaargetijden elkander af. Lente,
zomer, herfst en winter volgen elkander op, en geven
ons die verscheidenheid in de natuur, waardoor elke
lente eu zomer ons steeds zoo welkom is.
De maan wentelt in een jaar ruim 12 maal om de
aarde. Men heeft daarom het jaar in 12 maonden ver-
deeld : Januarij , Februarij, Maart, April, Mei, Junij
Julij, Augustus, September, October, November en
December. Daarvan heeft Februarij 28 of 29 dagen.
April, Junij, September en November hebben elk 30