Boekgegevens
Titel: De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Groningen: M. Smit, 1861
3e dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1534 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204298
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine Buijs: natuurkundig schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
schenkt; het dier kan dat niet doen. Wij kunnen
toenemen in wijsheid en deugd, de dieren blijven wat
ze zijn. De mensch gaat regtop, terwijl het dier ge-
bogen gaat. De aap, die van alle dieren het meest
den mensch gelijkt, is nog op verre na geen mensch.
Slaat hem maar eens gade; hij bootst de menschen
heel gaarne na, maar uit zich zelf iets nuttigs uit te
denken, is hem niet mogelijk.
Er zijn dieren, die gedeeltelijk tot het plantenrijk
schijnen te behooren. Ze leven wel, en nemen wel
voedsel tot zich, maar kunnen niet vrijwillig van plaats
veranderen. Ze groeijen bij duizenden aan denzelfdcn
stam, even als de bladeren aan de boomen. Men
noemt ze koraaldieren.
Planten leven en nemen voedsel tot zich, maar kun-
nen niet vrijwillig van plaats veranderen. Als men
een rozenboompje in een' bloempot zet, zal het uit
zich zelf nimmer in een' anderen pot overgaan.
Een aantal planten geeft elk jaar eene groote me-
nigte zaad, dat, in de aarde geworpen, weer nieuwe
planten doet te voorschijn komen. Sommige planten
laten, als ze afsterven, zaad achter, dat dan in een
ander jaar weer opschiet.
De delfstoffen liggen veelal in de aarde verborgen,
en worden dikwijls met ontzettende kracht en verba-
zende moeite te voorschijn gehaald. Men noemt de
groeven, waaruit zo gedolvfii worden, mijnen. Er zijn