Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
II :>
voorwerp eenigszins actief op; de naam lijdend voor-
werp past dan niet. Dat actieve optreden bestaat soms
daarin, dat de zelfstandigheid wordt voorgesteld als eene
helanghelbende bij 't geen in het gezegde is uitgedrukt;
soms ligt het afwezig zijn van 't passieve alleen daarin,
dat de zelfstandigheid wordt voorgesteld als de bezitter
van eene andere in den zin genoemde zelfstandigheid.
Dergelijke voorwerpen heeten medewerkende of belang-
hebbende voorwerpen.
Nog zijn er voorbeelden, waarin het voorwerp aan-
geeft, met betrekking tot ivien of wat de werking geschiedt
of de toestand bestaat; daar in die zinnen ligt opgeslo-
ten, dat de werking niet plaats heeft in 't algemeen,
maar enkel met betrekking tot de genoemde zelfstandig-
heid, wordt dat voorwerp min of meer als de oorzaak
van het plaats hebben der werking voorgesteld. Zulke
voorwerpen heeten oorzakelijke voorwerpen.
Let men op den vorm van het naamwoord, dat als voor-
werp voorkomt, dan merkt men, dat sommige voorwerpen
in den vierden naamval staan, andere in den derden, nog
andere in den tweeden, terwijl weer andere voorafgegaan
zijn van een voorzetsel. — We onderscheiden dus:
L lijdend voorwerp,
2. medewerkend of belanghebbend voorwerp,
3. oorzakelijk voorwerp. — of
1. voorwerp in den rechtstreekschen vierden naamval,
2. voorwerp in den derden naamval,
3. voorwerp in een tweeden naamval,
4. voorwerp na een voorzetsel (middellijk voorwerp).
Opgaven.
a. Schrijf vijf zinnen op, waarin een lijdend voorwerp
voorkomt, en onderstreep het.
b. Schrijf vijf zinnen op, waarin een medewerkend of be-