Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
3
De ruiten zijn beslagen. Goed beslagen ten ijs komen.
Wat beteekent beslaan in genoemde uitdrukkingen?
Wat gezichtjes, wat verschietjes ver en flauw ....
Wat wordt het eerst door de zon beschenen: het dal
of de top der bergen? Kan men terstond alles wel
duidelijk onderscheiden? Kunnen verschietjes wel dichte
bij zijn? Kunnen ze scherp afgeteekend zijn, m a. w.
scherpe omtrekken hebben? Wat is het tegengestelde
van flauw? Geef eens voorbeelden, waarin dit woord
de beteekenis heeft van laf, smakeloos.
Dommelen. »Zich onduidelijk en verward laten zien. Men
spreekt ook van de dommeling eener stad, d. i. de ver-
warde, dooreengemengde massa geluiden, die men
op eenen afstand hoort."
Als men tusschen......en......verkeert, dommelt
men ook.
B. Vochtige boompje. Als we in in den regen loopen,
worden we dan nat of vochtig?
Kan men aan een voorwerp van buiten wel duidelijk
zien, dat het vochtig is?
Wanneer bevat iets veel waterdeelen, ais het vochtig,
of als het nat is ?
Wild en makjes. Hoe verklaart ge 't gebruik van deze
woorden hier? Vormen ze eene tegenstelling? Van
welk woord bepalen ze de beteekenis?
Op een aar staat voor op een ander; welk z. n. w. kunt
ge na aar invullen?
Zijn icederpaar = zijns gelijke. Wat beteekent wederga,
b. V. in: hij heeft zijn wedergade niet?
Van de diertjes. Waardoor zoudt ge hier van kunnen
vervangen? Wat beteekent van in de volgende uitdruk-
drukkingen? Hij trilt van koude. Hij zwoegt van den
1 *