Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7H
5. Verdeeling der zinnen. [Vervolg).
Naar den denkvorm.
De gedachten zijn het gevolg van 's menschen xceten,
gevoelen of hegeeren.
a. Vasco de Gama ontdekte in 1492 den zeeweg naar
Indiê. Be leugen heeft korte heenen.
Bovenstaande zinnen drukken gedachten uit. die haren
oorsprong hebben in het iceten (kennen) of in het oor-
deelen. Zij worden uitgesproken op eenen mededeelen-
den of vertellenden toon en heeten oordeelende zinnen.
h. Hoe lieflijk is de morgenstond! Hoe heerlijk h de natuur
op eenen helderen morgen!
Deze zinnen drukken gedachten uit, die gevormi zijn
onder den invloed van het gevoelvermogen. Ze worden
uitgesproken op eenen uitroependen toon en heeten uit-
roep ing szinnen.
c. Boe wel en zie niet om! Gedenk mijner! Vrede zij
ulieden! Ach, leefde nu mijn vader nog !
Deze zinnen drukken gedachten uit. die het gevolg
zijn van 's menschen willen of begeeren. Zij worden op
eenen min of meer gebiedenden of wel op eenen wen-
schenden toon uitgesproken en heeten in 't eene geval
gebiedende^ en in 't andere wenschende zinnen.
Oneerlijk verkregen goed gedijt niet. Romulus en Remus
stichtten Rome. Zult gij komen ? Waarom ziet gij mij zoo
bedroefd aan?
Bovenstaande zinnen zijn oordeelende zinnen. De eer-
ste twee bevatten een volkomen oordeel (mededeeling) en
heeten kortweg oordeelende zinnen. De laatste tw ee zinnen
drukken uit, dat er nog geen gevestigd oordeel bestaat
en de spreker iets van den hoorder wil vernemen, om