Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
//
eigenlijk geen zin. voeldoende kan wezen ter uitdruk-
king van de gedachte.
[Opmerking verdient, dat de uit een taalkundig oog-
punt belangrijkste deelen (nl. onderwerp of gezegde
ol' wel beide) verzwegen zijn in den elliptischen zin.
Het onderwerp is verzwegen in de gebiedende zin-
nen, ook in de boven behandelde onbepaalde passieve
uitdrukkingen als: er icordt gerookt, gepraat, gegeten,
gedronken. Het werkwoord is verzwegen in : Gij daar?
God dank!
In zinnen als: moed gevat, den vijand aangevallen em.
was moed, de vijand oorspronkelijk onderwerp; men
kon dus aanvullen: moed worde gevat, de vijand
worde aangevallen. Daar men echter dergelijke passieve
verleden deelwoorden ging gelijkstellen met den vorm
van de gebiedende wijze (\at :noed. val den vijand
aan) begon men de zelfstandige naamw. moed, vijand
enz. voor lijdend voorwerp aan te zien en in den
vierden naamval te plaatsen. Invulling is nu niet meer
mogelijk ; door omschrijving kan men deze elliptische
zinnen door gewone vervangen.
Na moeten, willen, mogen, kunnen blijft dikwerf de
infinitief weg: ik kan niet (komen); de jongen wil niet
(wandelen); de nieid mag wel (uitgaan).
In de voigeïide zinnen worden onderwerp en gezegde
beide verzwegen : Water! ~ breng (gij) mij water!
Arnhem! (uitroep va7i den conducteur). — Bit station
is Arnhem. Stil, jongen! ~ houd (gij) u stil, jongen !
Aan 7 ^cerk, mannen! = gaat (gij) aan H icerk mannen.']