Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
/d
(i. De metselaar metselt vlug.
7. De brave jongen werkt netjes.
8. Mijn goede vriend vertrekt naar A.
9. Het beste paard struikelt wel eens.
1. In bovenstaande zinnen vormen de cursief gedrukte
deelen het onderwerp en het gezegde in engeren zin. Zij
bepalen niet. maar worden zelf wel nader aangeduid.
Zoo dienen zieke en mijns buurmans om de beteekenis
van jongen, eenen muur en vlug om de beteekenis van
metselen te bepalen; hrave bepaalt de zelfstandigheid
jongen, netjes de werking werken; mijn en goede staan
als bepaling bij vriend; naar A doet denzelfden dienst
bij vertrekken, beste bij paard, wel eens bij struikelen.
2. Wanneer óf onderwerp, óf gezeude, óf beide door eene
reeks van woorden worden uitgedrukt, waarvan som-
mige strekken ter bepaling van andere, dan zijn die
woorden uit het onderwerp of uit het gezegde, welke
zelf niet bepalen, maar bepaald worden, het onderwerp
en het gezegde in engeren zin. De bepalende leden
heeten bepaling. Daar een bepalend lid zelf weer nader
bepaald kan zijn door eene onderbepaling, zijn de be-
palingen drieërlei:
a. bepaling van 't onderwerp,
b. bepaling van 't gezegde,
c. bepaling van eene bepaling.
3. Zinnen zonder bepaling heeten onbepaalde of zuiver
enkelvoudige zinnen; zinnen met eene of meer bepalin-
gen heeten bepaalde of uitgebreide enkelvoudige zinnen.
Opgaven.
a. Schrijf vijf onbepaalde zinnen op en ontleed ze.
b. Schrijf tien bepaalde zinnen op, ontleed ze en wijs
aan, waarbij de bepalingen behooren.
c. Schrijf vijf zinnen op met een bepaald onderwerp.