Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
c. Geel' eens zinnen op, waarin niet veel meer wordt
uitgedrukt, dan dat het onderwerp bestaat, ontstaat of
ophoudt te bestaan. (Zie ook onder i).
(Merk op, dat vele van deze zinnen aanvangen met
er : er ligt sneeuw — sneeuw is voorhanden.
d. Ue volgende zinnen zijn actief of passief:
Ue jongen loopt. De klok tikt. Het kanaal wordt ge-
graven. Ue weg wordt aangelegd.
Verklaar, waarom ze actief en passief zijn.
e. Waarom heeten de volgende zinnen friutatief;'
Ue menschen verarmen. Zij worden arm. Er ontstond
een oproer. Ue boom groeit. Hij sliep in. Hij is tot
Velp gewandeld.
/'. Hier volgen eenige immutatieve zinnen. Zeg, waarom
ze immutatief zijn.
Ue jas hangt. liroertje sliep. Het huis is nieuw. Er
is vrede.
(j. Maak nu zelf vijf zinnen, waarin door het gezegde
een verkeeren in eenen toestand vermeld wordt,
h. Geef vijf zinnen op, waarin door het gezegde een
geraken in eenen toestand uitgedrukt wordt.
i. De koning heerscht. Er heerscht stilte. De arend is
in de wolken. Dat kind is in de wolken. God zij
met ons. Mijn neef is thuis. Mijn neef is overal
thtiis. Gij zult teleurgesteld worden. De weiden
worden groen. De weiden groenen. Hij luistert niet
naar raad. Er wordt gelachen. Tn die kamer wordt
gedanst. Dat kind is ziek. Dat kind is gevallen. Dal
kind is geslagen. Daar viel iets vreemds voor. Die
jurk zit scheef. Hij stond pal. Zoo iels gebeurt niet
dikwijls. Werelden verschijnen, werelden verdwijnen
in hel niet. Alle dingen worden, verworden en ont-
worden. De boom valt om. De koe wordt geslacht.