Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1-1
worden vervoegd inet het hulpwerkwoord hebben. (Uitge-
zonderd zijn en blijven.) f
4. üit dit hoofdstuk hljkt, dat de verdeeling der zinnen
geheel parallel kan loopen met de verschillende betee-
kenissen van het werkwoord. Hierbij stellen we op ëéne
lijn: het werkwoord, dat alleen het gezegde uitmaakt en
de vereeniging van koppelwerkwoord en hoedanigheids-
woord, die denzelfden dienst doet: groeneu, groen worden,
bleeken, bleek worden, ziek zijn, rusten, kalm blijven, over-
lijden. dood gaan. De bestaanswoorden in engeren zin (alle
werkwoorden drukken een beslaan uit) bestaan, ont-
staan, blijven, worden, verworden, ontworden, geschieden, voor-
vallen, gebeuren, plaats grijpen, zijn behooren deels tot de
immutatieven, deels tot de nuitatieven. Er zijn dus ac-
tieve w.w, (vervoegd met hebbem, passieve w.w. (vervoegd
met zijn), mutatieve w.w. (vervoegd met zijn), innnutatieve
w.w. (vervoegd met hebben) en in verband daarmee : ac-
tieve, passieve, mutatieve eu immutatieve zinnen.
Opgaven.
a. Geef eenige voorbeelden van bedrijvende zinnen, die
niet in den lijdenden vorm kunnen gebruikt worden.
b, (ieef voorbeelden van bedrijvende zinnen, die tot lij-
dende kunneti gemaakt worden.
Zet de lijdende zinnen er naast.
t) De actieve w.w. zijn deels overgankelijk^ deels onovergankelijk.
De onovergankelijke actieven kunnen in den schijnbaar lijdenden vorm
voorkomen, de mutatieve en immutatieve w.w. niet. ISIen vergeljjke:
de kinderen springen op straat; de vioolsnaar springt. In het eerste
voorbeeld is springen een onovergankelijk actief w.w. en kunnen we
dus zeggen: er wordt op straat gesprongen. In het tweede voorbeeld
is springen een mutatief w.w.; hier kan van geen schijnbaar lijden-
den vorm sprake zijn.
Vergelijk eveneens: men hangt (actief w.w.) den dief en de spie-
gel hangt (immutatief w.w ) aan den wand.