Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
kenis, of eene passieve beteekenis. Het werkwoord is in
het eerste geval een actief, in het tweede geval een
passief werkwoord. De voorbeelden boven zijn deels ac-
tieve, deels j^ässicre, echter alie actitieve zinnen.
Opmerking. Alle actieve werkwoorden worden vervoegd
met hebben. Passieve werkwoorden zijn steeds de ver-
eeniging van worden en het verleden deelwoord van een
actief werkwoord. Daar toorden met zijn wordt ver-
voegd. is het hulpwerkwoord van tijd bij de passieve
werkwoorden zijn. Niet van alle actieve werkwoorden
wordt het verleden deelwoord in vereeniging met worden
gebezigd; m. a.-w., niet naast alle actieve werkwoorden
staan passieve werkwoorden; of nog anders: niet alle
actieve zinnen kunnen in den lijdenden vorm worden
gebracht,
[Zinnen als: er wordt geschreeuwd; in die straat ivordt
gezongen enz. zijn passief naar den vorm; zij zijn onre-
gelmatig gevormd, missen het onderwerp en zijn slechts
nevenvormen van actieve zinnen als: men schreeuwt,
men zingt in die straat. De constructie brengt mede, dat
de werking als zoodanig op den voorgrond treedt en
de zinnen naar hunne beteekenis veel overeenkomst heb-
ben met schreeuwen heeft plaats, zingen geschiedt. Derge-
lijke zinnen noemt men schijnbaar lijdende. Voor hun
ontstaan vergelijke men :
a. De bakker bakt brood; brood wordt gebakken door
den bakker, actieve zin met onderwerp en lijdend
voorw.; het lijdend voorw. wordt onderw. van den
passieven zin.)
b. De bakker bakt; door den bakker wordt gebakken.
;het lijdend voorw. ontbreekt in den actieven zin;
het lijdend onderw. ontbreekt in den passieven zin.)
c. De bakker bakt; door den bakker wordt gebakken.