Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
d.
e.
werkwoord is; ook vijl' zinnen, waarin het gezegde ge-
vormd wordt door een koppelwerkwoord en een hoeda-
nigheidswoord.
(iebruik de woorden zijn, blijven, tcorden, lijken, schijnen
als onovergankelijke werkwoorden.
(iebruik heeten als overgankelijk werkwoord.
3. Verdeeling der zinnen. (Vervolg).
Naar de beteekenis van het gezegde.
1. De koe graast. Gras wordt gegeten door de koe. De
timmerman maakt eene deur. Eene deur ^cordt gemaakt
door den timmerman. De briel' wordt geschreven.
De werkwoorden in deze voorbeelden drukken eene
werking uit, hetzij .dan dat in den zin gezegd wordt,
dat het onderwerp die werking verricht, ot' wel, dat het
die werking ondergaat of er door ontstaat. In het tweede
geval toch moet er eene andere zelfstandigheid zijn,
die de werking verricht. Met lïet oog op het onderwerp
echter is er sprake óf van een doen, óf van een lijden,
ondergaan, ontstaan.
Wanneer het werkwoord (maken of de vereeniging
van werkwoorden fgemaakt worden) ons doet denken aan
eene werking, heeft dus de zin óf eene actieve betee-
*) We hebben deze paragraaf eenigszins uitgebreid, daarentegen de
les over werkingszinnen, hoedanigheidszinnen en bestaanszinnen laten
vervallen. We z\jn het nl. eens met den Heer Den Hertog, die schr|jft:
Deze vierledige verdeeling van de beteekenis der gezegden, door Van
Heiten het eerst ter sprake gebracht, heelt den toets der practijk door-
staan en de onnauwkeurige verdeeling in gezegden, die een bestaan,
eene hoedanigheid of eene werking te kennen geven, nagenoeg geheel
verdrongen. (Noord en Zuid, 13de Jaargang, pag. 141.)