Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(57
Zijn = beteekenen. Industrie is nijverheid.
Ook blijven komt als volledig gezegde voor en beteekent
dan nog iets meer dan een eenigszins gewijzigd zijn.
Blijven = stand houden. De liefde blijft.
Blijven vertoeven. Ik blijf hier een paar dagen.
Blijven = overblijven. Wat bleef Napoleon van al zijne
grootheid ?
Blijven = sneuvelen. Duizenden bleven in den slag bij
Leipzig.
Blijven = henen raken. Waar is dat boek gebleven ?
Worden, heeten. lijken, schijnen zijn concreet in de vol-
gende zinnen en maken zonder hoedanigheidswoord het
gezegde uit. Werelden worden; ik hem mijnen vriend;
dat leek me niet; 't lijkt er niet naar; de zon schijnt.
4. Het ko[)pelwerkwoord heeft weinig zelfstandige beteeke-
nis, dient om het hoedanigheidswoord aan het onderwerp
te verbinden, brengt praedicatief verband aan, zonder
zelf praedicaat te zijn. Hieruit moet men niet opmaken,
dat het koppelwerkwoord in het gezegde eene onder-
geschikte rol vervult: het geeft immers ivijze, tijd en
persoon aan en maakt daardoor de vorming van den zin
mogelijk. De oorspronkelijke beteekenis van het werk-
woord, dat als koppelwoord voorkomt, is verbleekt, en
zoo doen koppelwerkwoord en naamwoord samen den
dienst, die in andere gevallen door een werkwoord alleen
verricht wordt; de weiden groenen, de weiden ivorden
groen. (Iroenen - groen worden; werkw. — koppel-
w.w. n.w.
0. Van de koppelwerkwoorden onder 12 genoemd, onder-
scheiden zich lijken, blijken, schijnen, dunken, voorkomen
en heeten nog door eene bijzonderheid : zij kunnen nl.
al of niet vergezeld worden van het koppelwerkwoord
zijn: hij heet uw weldoener (te zijn); uwe meening