Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(iü
den mond houden; iemand naar den mond praten; iemand
den mond snoeren ; iemand de woorden in den mond
geven; dat neemt ge mij uit den mond ; met twee
monden spreken; met den mond vol tanden staan; hij
steekt overal den mond in; niet op den mond gevallen
zijn ; waar 't hart vol van is, loopt de mond van over;
iemand het brood uit den mond nemen; iemand in den
mond loopen.
Wat is de mond van eene rivier, van eene haven, van
een kanon ?
B
1. Leid de verschillende beteekenissen van plaats af uit
het volgende: We zullen voor de tooneelvoorstelling
plaatsen bespreken. De Lente moest voor den Zomer
plaats maken. Hij bleef op de plaats dood. B. is eene
aanzienlijke plaats. Naar eene plaats dingen. Eene plaats
uit eenen schrijver aanhalen.
-1. Gebruik de volgende uitdrukkingen in zinnen, zoo, dat
de beteekenis duidelijk uitkomt.
buiten mijn weten,
naar mijn weten,
naar mijn beste weten,
te weten.
van iem. niet willen weten,
iem. iets laten weten,
dank weten,
wel te weten.
C.
Doodelijk, Doodsch.
De beet van eene adder kan .... zijn. Een ....
schot is een schot, geschikt om iemand te dooden. Door
't lange uitblijven van haar dochtertje verkeerde de moeder
in ... . angst. Des winters is het .... in 't bosch.