Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
0/
dat aan. Wat beteekent de uitdrukking: 't kaf van
't koren scheiden ?
H Aantal onser dagen. Aantal — eene onbepaalde hoeveel-
heid. Getal = eene getelde, dus bepaalde hoeveelheid.
Aan in aantal duidt nadering, nabijheid aan en geeft dus
te kennen, dat het toZ slechts bij nadering is bepaald, b.v.
een aantal personen. Soms duidt aantal eene bepaalde hoe-
veelheid aan. nl. dan. wanneer men 't juiste getal om d'
eene of andere reden niet wil opgeven. Gewoonlijk duidt
het dan eene vrij groote menigte aan. Iloe is het nu in
bovenstaand vers; duidt het daar eene bepaalde of eene
onbepaalde hoeveelheid aan ?
C. Wie weet, of .. . Vul dezen zin zoo aan, dat ge des
dichters bedoeling juist weergeeft. Zoudt ge kunnen
volstaan met te zeggen: of we den volgenden dag
zullen beleven ? Waarom niet ?
Ondankbare magen, 't Ondankbaar vaderland ; een ondank-
baar hart; een ondankbare bodem; eene ondankbare
taak; een ondankbaar onderwerp. Beproef door om-
schrijving dezer uitdrukkingen de beteekenis van ondank-
baar telkens goed te doen uitkomen.
Tot prooi aan steeds ondankbre magen. Iloe kan de dichter
de magen (bloedverwanten) ondankbaar noemen ? Vindt
ge niet, dat door de uitdrukking ten prooi aan die
magen nog ongunstiger, ja zoo zwart mogelijk worden
voorgesteld? Waaraan doet namelijk het woord prooi
u dadelijk denken? De erfgenamen worden dus voor-
gesteld als hongerige......die onmeedoogend aan
vallen op den . . . , waarnaar ze zoo lang.....
hebben. Dunkt u niet, dat It. door 't gebruik van
't woordje steeds zeer overdrijft?
't Geen, loél besteed, verheugt, en, opgestapeld, wroegt.