Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
o3
hevig zijn, zegt men, dat ze onbestendig zijn. 'tLot
daarentegen is wisselvallig; 't is zoo 'tvalt, we kunnen
vooral'daaromtrent niets met zekerheid melden; 't kan
geluk, maar even goed onheil, tegenspoed aanbrengen.
Dat alles in de natuur aan gestadige wisseling onder-
hevig is, weten we; daar is van geene kansrekening
sprake: heldere en trieste dagen wisselen elkaar steeds
al"; op den winter volgt de lente; 'tgroen verbleekt
in 't najaar enz,, kortom in de natuur heerscht ....
De oorlogskans daarentegen is . . . .; misschien loopt
ze meè, misschien tegen. Waarin komen beide syno-
niemen overeen? Verklaar de beteekenis van den zin :
„Niets is bestendiger dan d' onbestendigheid."
De sneeuwjacht is verjaagd. Zou verdwenen hier wel even-
goed passen ? Doet verjageii niet eigenaardig aan den
strijd tusschen Winter en Lente denken, ten gevolge
waarvan de Wintervorst gedwongen wordt, zijnen zetel
naar het Noorden te verplaatsen ?
Het groen. Het groen kan beteekenen : de groene kleur,
alsmede datgene, wat groen is. Doe is het hier?
Korts of kortelings — kort geleden == onlangs. Wat is
eene kortswijl? liedenk, dat ivijl tijd beteekende; als
zoodanig komt het nog voor in terwijl, de\cijl, wijlen,
weleer wileneer).
Hunne oevers lüj rivieren, vaarten, stroomen spreekt
men van oevers en bedoelt daarmee .... Bij zeeën
spreekt men meer van .... Het woord oever komt
ook figuurlijk voor, b. v. in : de oever des doods, welke
uitdrukking beteekent: 't einde van het .... In
plaats van te spreken van den oever van 'tgraf, zegt
men gewoonlijk : aan den .... van 't graf.
Gaan krimpende terug. Heeft krimpen hier de gewone
beteekenis, b.v. als in: H laken is gekrompen? Wat