Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
liet aardrijk werd vernieuwd ; de trits Bevalligheden
Durft weder, hand in hand.
Den dartlen Nimfenstoet met half ontbloote leden
Ten veldrei troggelen op 't nieuw ontloken land.
Ach, niets bestendig, niets ! Dit roepen u de jaren.
Dit ieder avondstond —
Dit roept u uur voor uur, zoo haastig weggevaren
Als aangebroken, toe. met altijd open mond.
De Winter lost zich op in 't zoel der Lenteluchten :
Dit ruimt den Zomer plaats;
Dees laat de zwangre Herfst den oogst der boomgaardvruchten.
Tot zij heur buien strijkt voor 't Noorderwindgeblaas.
Maar maan en jaar neme af, zij worden weer herboren !
Wij, dalen we eens in 't graf.
En ging de onschatbre tijd slechts eens voor ons verloren.
Wij zijn een enkle schim, een hand verstuivend kaf.
Wie weet, of 's Hemels wil bij 't aantal onzer dagen
Het licht van morgen voegt ?
Wat laat men dan ten prooi aan steeds ondankbre magen
't Geen. wél besteed, verheugt, en, opgestapeld, wroegt ?
't Bezitten niet. o mensch ! 't gebruiken is genieten ;
Dit geeft waardij aan 'tgoud.
Welaan, gebruik het dan. zoo lang uw dagen vlieten ;
Acht geen verloren goed. hetgeen gij dus behoudt!
BlLDEIiDlJK.
A. Onbestendigheid. Wie telkens haakt naar verandering,
ongestadig, wispelturig is, noemt men onbestendig.
Ook van zaken, die aan gestadige verandering onder-