Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
C
Bevriezen , stollen.
Water .... bij O'^ Celsius. Als gesmolten boter weer
afgekoeld wordt, begint ze te ... . Heide synoniemen
duiden aan, dat eene vloeibare massa, afgekoeld wor-
dende, weer tot den vasten toestand overgaat. Heeft
dat vast worden bij eene gewone temperatuur plaats,
dan bezigt men 't w.w...... terwijl men bij eene
temperatuur van of daar beneden 't vast worden aan-
duidt door .... Nochtans zingt Tollens in zijne Over-
»vintering : »De kegels stollen aan den wimpel en den
nast." Waarom zou de dichter hier s^oZZew voor ^euriesew
ebruikt hebben ?
^en passend z. n. w. in te vullen.
. . plengen, .... opperen,
. . hetten, een .... onthullen,
. . aanrichten, een .... bijleggen.
. . slaken, iemand____doen wedervaren,
. . beleggen, zich in ... . steken,
. . vellen, zich in ... . verdiepen,
. . wetten, zich van .... zuiveren,
. . aanvullen, zich van .... kwijten.
8. Onbestendiglieid
De sneeuwjacht is verjaagd, het groen keert in de velden.
Op boom en tak weerom :
De waatren, die nog korts hunne oevers oversnelden.
Gaan krimpende terug en vallen in hun kom.