Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Hunne zilveren wanden. Zilveren lokken; de zilveren maan;
de gouden zon; een gouden mond; eene gouden eeuw.
In al deze uitdrukkingen komen zilveren en gouden
niet in hunne gewone letterlijke beteekenis voor. Wat
beteekenen ze dan?
Wij stonden voor een afgrond. Een afgrond is eene diepte,
die schijnbaar geenen grond heeft, waar de grond a. h. w.
afwezig is ; eene ruimte, die aan den voet van den
aanschouwer begint en waarvan hij den bodem, den
grond niet- ziet, die dus zonder bodem gedacht wordt.
Aan den rand van eenen afgrond, beteekent dus . . .
Toch kan 't nog wat anders beteekenen, b. v.: In 1672
was ons land op den rand van den afgrond. «Zink dan
nog liever in den afgrond der ellende." 'Conscience).
Maagdelijke sneemo ~ sneeuw, nog door geenen voetstap
gedrukt, door geen vlekje ontreinigd. Wat verstaat ge
door de maagdelijke wouden van Amerika ?
Een bedrieglijk bed. Dit bed. door de maagdelijke sneeuw
gevormd, is dus een sneeuwbed. Waarom wordt dit
bed bedrieglijk genoemd? Eene bedrieglijke ^X^iMe. »Maar
ook bedrieglijk is d' effen plas." ;Staring.) Wat betee-
kent bedrieglijk hier?
A.
1. Wat beteekenen de volgende uitdrukkingen?
Iemand den rug toekeeren ; de fortuin heeft mij den
rug toegekeerd; den vijand in den rug vallen; hij heeft
eenen breeden rug; hij heeft oogen in den rug; iets
achter den rug hebben; iets achter den rug van iemand
zeggen.
2. Verlaten, nalaten, achterlaten, overlaten.
Vul in de volgende zinnen een van bovenstaande syno
niemen in.