Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Onafzienbare. Laat van dit woord achtereenvolgens uit-
gang. voor- en achtervoegsel weg, tot ge zien overhoudt,
lieproei' vervolgens de beteekenis van 't woord uit de
vorming af te leiden. Met welke beteekenis van afzien
hebt ge hier te doen ? Dat dit w. w. nog andere betee-
kenissen (welke?) kan hebben, zal u blijken uit het
volgende :
De wijze, waarop ge dat werk dient aan te leggen,
moet ge trachten van uwen broeder af te zien : die
verstaat het ter dege. Ik heb van mijn pian, om dit
jaar nog examen te doen, voor goed afgezien. Van
eene reis, van een beleg afzien. Ik heb 't moois,
't nieuws er afgezien. Die leerling heeft van zijnen
buurman afgezien.
In een uur kan men vrij wat afzien.
Ik kan dat stuk land niet afzien — overzien — tot
het einde toe zien ~ van voren tot achteren met de
oogen doorloopen. Afzienbaar noemen we dus iets. dat
tot het einde toe gezien kan worden.
Wat is nu eene onafzienbare vlakte ? Wat onafzienbaar
is, zal zeker ook steeds groot, uitgestrekt zijn. Verklaar
nu ook de uitdrukkingen: eene onafzienbare menigte,
eene bron van onafzienbare ellende. Men zegt ook wel
eens van iemand, die door eene ramp wordt getrotten :
zijn ongeluk is niet te overzien. Hoe verklaart ge hier
'tgebruik van overzien?
C. Tusschen dat mos. Tusschen Arnhem en Nijmegen ; tus-
schen twaalf en een ; tusschen licht en donker. Wat
beteekenen die uitdrukkingen? ^wsscto is eene afleiding
van tivisk. en dit staat in verband met tivee; vandaar
dat men het gewoonlijk gebruikt om eene plaats aan te
duiden, begrensd door iïï^ee voorwerpen. Echter gebruikt