Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
doet men daarvan afstand. Karei V deed in 1553 afstand
van de regeering, van den troon, van de kroon.
Hij deed ook afstand van de wereld. Wat beteekent
icereld in dezen zin ?
Be kracht van den wind lenigden
Lenig beteekent rekbaar, zacht, buigzaam, en lenigen
.... maken. De beteekenis van lenigen in boven-
staanden zin komt zeker overeen met die in de uit-
drukkingen :
den nood, de smart van iemand lenigen.
Hoe leidt ge deze beteekenis uit de gewone af?
Ook deze toerden zeldzamer. Bij weglating van ook krijgt
de zin eene andere beteekenis: welke ? Zeldzaam en
zelden worden wel eens met elkaar verward. Vul een
van beide in : Ik kom er ... . jneer. Dat is een . . .
geval. Wat......voorkomt, heet......Komen
beide \ioorden ook in beteekenis met elkaar overeen?
Tot welke rededeelen behooren ze ?
De hergen omringden ons. Hij wei d door de vijanden omringd.
Een hoop bedriegers omringden hem. Weelde omringde
haar van alle kanten. Eene doodsche stilte omringde
ons. Gevaren omringden hem. Iemand met zorg, met
liefde omringen. Wat beteekenen deze uitdrukkingen?
Door welke woorden kunt ge omringen al vervangen?
De koelte speelde met de manen en kuste de blaadjes.
Hoe verklaart ge 't gebruik van spelen en kussen in
dezen zin? Wat beteekent de uitdrukking de roerfe A:!«sse«?
Allengs zagen tcij ook die plantjes niet meer. Zeer natuur-
lijk ; immers we gingen verder en lieten dus die
plantjes achter ons. Of is 't hier anders ? Vervang
't woordje die door een ander, zóó, dat de juiste
bedoeling uitkomt.
Het mos verloor zijne groene kleur. Had dat verkleuren plaats
op 'toogenblik, dat we het mos zagen? Hoe is het dan?