Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
:2(»
ïk ben mij zeiven niet ineester. Ik ben niet mijn eigen
meester.
De Betuwe heeft in 't minst niet geleden van den hagelslag.
De Betuwe heeft niet het minst geleden van den hagelslag.
Dat weet ik juist niet. Ik weet dat niet juist.
Hij ontmoette zijnen oom en zijnen vriend.
Hij ontmoette zijnen oom en diens vriend.
Hij ontmoette zijnen oom en vriend.
Drie Meter linnen. Drie Meters linnen.
Tien gulden. Tien guldens.
Waarom lacht gij ? Waar lacht gij om ?
Wat hebt gij zoo al gedaan?
Wat hebt gij alzoo gedaan ?
Hooger dan anderen zie ik bij hem op.
Hooger dan bij anderen zie ik bij hem op.
Ik vertrouw hem evenzeer als de dokter
Ik vertrouw hem evenzeer als den dokter.
'k Heb het hein zelf gegeven.
'k Heb het hem zeiven gegeven.
Hij doet liever niets dan rekenen.
IHj doet niets liever dan rekenen.
5. De Kemel.
Zijn kemel ! 't Levend schip, dat door de zandzeebaren
Zijn koers houdt, rijk bevracht met keur van Oosterwaren,
't W^oestijnpaard, dat in 't zaal, hem door Natuur gewrocht.
Zijn ruiter rustig voert door d' eindeloozen tocht.
Hem knielend afwerpt en weer opvangt, en, waar de oogen
Vergeefs een waterdrop als uit te lokken pogen.
Ue karavane rnet zijn reuk ten dienste slaat,
Kn wellen opspoort, die nog laven. Op de maat.
Van dat de zon herrijst, vervolgt het dier tevrede