Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2D
een stomme kneclit.
een stommeknecht;
een stil leven,
een stilleven.
een hoog land.
een hoogland;
een dunne doek.
een dundoek.
B.
d. (iebruik in zinnen:
hoopvol, berouwvol, liefdevol, eervol, vreugdevol, heil-
vol. roemvol.
2. Wat beteekenen de volgende woorden?
lokaal,
locaal,
komedie,
comedie,
dokter,
doctor.
kritiek.
critiek.
klassikaal.
classikaal.
praktijk.
practijk.
3. Te ivijten hebben; te danken hebben-
Een van beide in te vullen.
Dat ge niet geslaagd zijt. hebt ge aan uwe luiheid te ...
Die onverwachte uitredding hebt ge aan de goedheid
van uwen oom te . . .
AVaarin komen beide synoniemen overeen? Wat is het
onderscheid?
(Iebruik zelf genoemde synoniemen in een paar zinnen.
C.
(leef het onderscheid op:
Ik alleen mag op reis gaan. Ik mag alleen op reis gaan.
Hij vooral moet blijven. Hij moet vooral blijven.