Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Het adellijk huis. Adellijk — tot den adel belioorende.
Wat beteekenen nu de volgende uitdrukkingen? Een
adellijk heer; een adellijk huis; adellijk bloed.
Het stof wielt en wervelt. Ziet ge ook verband tusschen
't w.w. wielen en 't z. n. w. iviel? Wanneer wordt het
stof meer verplaatst: bij wielen of bij wervelen? Wat is
eemvervelwind? Wat beteekenen de uitdrukkingen: eene
spaak in 't wiel steken; iemand in de wielen rijden?
Een wiel noemt men ook een rad. Beteekenen wiel-
draaier en raddraaier nu ook hetzelfde?
Goudgeel beteekent geel als goud; kan de samenstelling
bruingeel ook zoo ontbonden worden? Ziet ge ook
onderscheid tusschen bruingeel en geelbruin? Welke is
de hoofdkleur in die beide woorden? Let er op, welk
het bepaalde en welk het bepalende deel is in die
samenstellingen.
Bont. Een bont blad; eene bonte rij; eene bonte menigte:
wat beteekent bont hier? Wat beteekenen de volgende
uitdrukkingen? Hij is bekend als de bonte hond. Hij
maakt het waarlijk al te bont. Iemand bont en blauw
slaan. Men noemt geene koe bont, of zij heeft een vlekje.
Voor d' ingang der poort. Ik heb dat huis gehuurd met
ingang van 12 .Mei. De woorden van den redenaar von-
den weinig ingang bij de hoorders, (leef de beteekenis
van ingang op in die zinnen.
B. Of men 't hoort. In welke betrekking staat dit zinnetje
tot het voorgaande? Ivan of nog iets anders betee-
kenen? Let op de volgende ziimen: Mijn broeder of
ik zal het doen. Hij hield zich, of hij 't niet beter
wist. De vayo's of witte mieren werpen heuveltjes op.
Of men 't hoort: wie is die men? Wat beteekent dit
woordje in: men zegt? Doet men altijd aan meer dan