Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Ken' schamele vrouw draait voor d' ingang der poort
Ken orgel en tuurt naar omhoog — of' men 't hoort.
Zij blikt naar de ramen — geen mensch, die ze aanschouwt —
He boom werpt een blad heur toe, fonklend als goud.
Het orgel zingt luid en het orgel smeekt zacht.
He schamele vrouw draait gestadig en wacht.
Haar kind, tusschen riemen op 't orgel gestrekt.
Slaapt altoos maar voort, door geen' speeldeun gewekt.
Zij speelt er het treurige lied van den nood.
Het nieuwe, het oude, het klaaglied om brood.
.Met tranen in 't oog blikt ze hemelwaarts heen.
Als wilde zij vragen: hoort daar me ook niet een?
Met een, die haar hoort, waar ze hoojivol ook schouwt;
De boom werpt een blad heur toe, fonklend als goud.
Pl-Ai:—VAN DEN ÜEIKill.
A. Het orgel draaien. De aarde draait; de windt diaait. Wat
beteekent draaien al? Wanneer zegt men van iemand,
dat hij met alle winden draait? Iemand een rad voor
d' oogen draaien: wat beteekent dat? De aarde draait
om hare as. ze wentelt om de zon: duiden beide werk-
woorden dezelfde beweging aan?
De wind vaart. Hoe vaart gij? voor wind en stroom varen;
wat vaart die man weer uit. Wat kan varen al betee-
kenen? ȟitvaert van mijn dochterken" is de titel van
een van Vondels gedichten; hier is uitvaert ~
Zwiepend. Beteekent zwiepen hetzelfde als sweepen? Denk
ook aan: de wind zweept de baren.