Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
h. Aangezicht, gelaat, aanschijn.
Hij sloeg me in 't.....Zijn......was drocTig
gestemd. In 't zweet zijns......moet de mensch
zijn brood verdienen. Het voorste gedeelte van 't hoofd
noemt men het......
Onze stemming, droef of blijde, ligt afgeteekend op
ons......Terecht zegt men: l'w gelaat (niet uw
aangezicht) zij de spiegel uwer ziei. Deftiger, edeler,
meer dichterlijk dan aangezicht is aanschijn,
c. Kostelijk, kostbaar.
Water is een......maar wijn een.....drank.
(loud is een......ijzer een......metaal. Wat
goed, heilzaam is. noemt men.......; wat duur
is, veel geld kost, heet.....Hoe zegt ge nu : 't is
vandaag kostelijk of kostbaar weer?
2. Leid de verschillende beteekenissen van vrij af uit het
volgende :
In I6i8 moest de koning van Spanje de Nederlanders
als een vrij volk erkennen. In mijnen vrijen tijd geniet
ik zooveel mogelijk de buitenlucht. Alleen de leden der
Vereeniging hebben vrijen toegang tot deze buitengewone
voorstelling. «Wij leven vrij, wij leven blij op Neerlands
dierbren grond." Voor de groote omwenteling waren de
adellijken en geestelijken in Frankrijk vrij van belas-
tingen.
4. De orgeldraaister.
De herfstwind vaart door de stad met gedruisch.
De boom kromt zich zwiepend voor 't adellijk huis.
De stof wielt en wervelt de straten in 't rond —
De blaadren des booms zijn reeds goudgeel en bont.
2'