Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
scheid evenwel, dal de eergierige denkt aan 't behouden,
aan 't redden van de eer. die nog aanwezig is. terwijl
de eerzuchtige streelt naar vermeerdering zijner eer.
2. Opgeven, hegeven, vergeven, aangeven en afgeven hebben
ieder meer dan ëéne beteekenis.
Doe dat in zinnen uitkomen.
Noem het tegengestelde:
een kruipend niensch,
een vredelievend man.
een ondernemend man,
eene loeifelende houding,
een getrouwe vriend,
een getrouw verhaal,
een officieel bericht.
eene opgewekte stemming,
een omslachtig verhaal,
een hekrompen verstand.
hekrompen middelen,
de opkomende maan.
een opkomend onweder,
een oorspronkelijke roman.
2. Wat beteekent met in het volgende':*
Ik ga met u. »Met tranen in 't oog blikt zij hemel-
waarts heen." Ik kan niets met hem beginnen. Met
geweld maakte men zich van hem meester. Spreek er
eens met hem over. 'l Is treurig met hem gesteld. Ik
kom daar: met vliegt hij op mij aan. Hij wou me maar
niet met vrede laten. »Met eerbiedigen schroom vat ik
de pen op, om de herleving van den Aederlandschen
Staat te beschrijven." [Van der Pahn.)
C.
1. a. Suizen, ruischen.
Het windje......door het loover. De wind......
door het geboomte. (Suizen duidt enkel een zachter ge-
luid aan dan ruischen.)