Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
betrekking getrollen. Uw portret is goed getroileii.
En welke beteekenis heeft treffen in bovenstaand vers?
J, En aller ziel vervaart. Vervaard ~ bevreesd, angstig,
beschroomd; dns vervaren — . . . . raaken. I»e betee-
kenis van 't onde vare = vrees komt ook duidelijk
uit in den bekenden versregel »Een prince van Orangien
lïen ik vrij onverveert." (M. v. St. Aldegonde.)
Aller ziel = de ziel van allen. Kan men nu ook
zeggen: allerheiligen = de heiligen van allen? Hoe
is het dan? Welke kracht heeft aller in woorden als
allerbest, allerliefst enz.?
Is cV eigenschap der Pool, Welk onderscheid is er tusschen
eene eigenschap en eene hoedanigheid? Kixn 't woordje eigen
hier ook op weg helpen? De inkt, waarmee ik schrijf, is
zwart en vloeibaar. Zijn dit nu beide hoedanigheden van
inkt? Is inkt altijd zwart? Er is ook roode en blauwe
inkt; steeds eehter is inktt;/oeiöaar. Laatstgenoemde hoe-
danigheid is aan inkt eigen: dat is dus eene......
Aan deze grens van de aard, Hoe kan Harends van eene
grens van d'aarde spreken?
Wat stelt hij zich daarbij voor?
Lang zal deze nacht nog duren. Die vruchten kunnen niet
duren. Hij kan hier niei duren. Duren is eene schoone
stad — Wat beteekenen die uitdrukkingen?
Hoe streng hij fiijpt. Nijpen beteekent hetzelfde als
nl. vast samendrukken: bij beide heeft die samei^
drukking van twee zijden plaats. Nijpen echter gebruikt
men enkel in liguurlijken zin. b.v.: »'t Nijpt er aan
de Diemerschans. 't Rrood verteerd, op hulp geen
kans. Spanje stormt weldra." Wat beteekenen: een nij-
pend gevaar en eene nijpende koude ? Hoe kan de nacht
nijpen? Hebben wein ons klin»aat ook nijpende nachten?