Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD. in
lïladz.
49. Oiuler de roos.................114
50. Dwarsdrijveii.................114
51. De verzenen tegen de prikkels slaan.........115
52. Iemand van kant helpen.............115
53. Iemand ombrengen...............115
54. Iemand om den tuin leiden............116
55. Schering en inslag................11<>
Toetsen....................11''.
57. Iemand of iets den genadeslag geven.........117
58. Korte metten maken met iets...........117
59. Uilen naar Athene zenden.............118
60. Een uiltje knapi»en...............118
61. Spiksplinterni<'uw................llS
62. Schots en scheef................118
63. Hij heeft een stuk in zijn kraag...........119
64. Iets in petto houden...............11-^
65. Met de noorderzon vertrekken...........119
06. Schoenmaker, blijf by uwe leest!..........119
67. Politieke tinnegieters...............120
68. Geen tittel of jota................120
69. Ilij weet van blikken noch blozen..........120
70. De mug uitzuigen en den kemel doorzwelgen......120
71. Om de boomen het bosch niet zien.........120
72. De keerzijde van de medaille............121
73. Hij is in zijn nopjes...............121
74. Zwanezang..................121
75. Een amerytje.................122
76. In eens anders zog varen.............122
77. opgaande zon aanbidden............122
78. Een wit voetje.................122
79. De vieivchaar spannen..............122
80. Tranen met tuiten schreien............123
81. Alles is in de S (Esse)..............123
82. Hot vangen..................123
83. 't Hoofd in den schoot leggen...........124
84. Hij stond te kijken, of hij 't in Keulen hoorde donderen . . 124
85. Driemaal is schippersrecht ............124
86. Den knoop doorhakken..............124
87. 't A'at der Danaïden vullen............125
88. De vlag dekt de lading............ . . 125
89. De kroon spannen................12(>
90. Iemand den voet lichten............12(i
91. Iets op een goudschaaltje wegen.........12('