Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
109. Men moet geen slapende honden wakker maken.
üit spreekwoord gebruikt rnen, als men te kennen wilge-
ven. dat het voor 't bewaren van rust en vrede wenschelijk
is, den eenen of' anderen persoon van iets onkundig te laten.
Zeker is de uitdrukking «slapende honden"^ al heel ongepast;
vroeger luidde het men moet geen slapende W0\VOU wekken.
Toen gebruikte men ook het spreekwoord men doet w*'L
eenen slapenden hond te loekken. Door de verwarring van
die twee spreekwoorden is het tegenwoordige ontstaan,
waarin honden de ongiuistige beteekenis van loolven heeft
overgenomen. Wie worden met slapende honden = wol-
ven) bedoeld?
liO. Klaar is Kees
hoort men dikwijls iemand xeggen, die zekere taak volbracht
heeft. TliJ bedoelt daarmede eenvoudig: klaar is de zaak.
het werk, dat onder handen was Het woord iiees vindt zijne
verklaring in de omstandigheid, dat de uitdrukking is ontstaan
uit de kaa.'i (— Kees) is klaar. {Kaas luidt in de Groninger
volkstaal nog kees.)