Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
zulks vaak een lastig oponthoud. In figuurlijken zin be-
zigt rneii bovenstaande uitdrukking, om een beletsel, eene
onverwachte verhindering, een lastig oponthoud in 't geen
men onderneemt, aan te duiden.
107. Hoogte nemen.
Ten einde op zee de plaats te bepalen, waar men zich
bevindt, neemt men hoogte, d. i. berekent men de pools-
hoogte, ol' ook wel de zonshoogte, üe poolshoogte, d. i. de
hoogte van de poolster boven den horizon, geeft de breedte
der plaats aan. Hoogte nemen van iets in figuurlijken
zin wil zeggen : onderzoeken, hoe het met eene of andere
zaak staat.
108. Zeemanschap gebruiken.
De zeeman is afhankelijk van wind en tij, moet zich daar-
naar schikken, moet schipperen (in letterlijken zin). Figuurlijk
beteekent bovenstaande uitdrukking: zich schikken naar de
omstandigheden, geven en nemen, schipperen.
Hier volgen nog eenige uitdrukkingen, evenals de laatst
behandelde, aan het zeewezen ontleend. De verklaring er van
zij aan den leerling overgelaten.
Een oog in 't zeil houden. .\lle zeilen bijzetten. Het gaat
hem voor den wind. Op den uitkijk staan. Eéne lijntrekken
met. De vlag strijken. Eene klip ontzeilen. Iemand aan boord
klampen. Het roer van den Staat houden. liijdraaien. Met
vlag en wimpel iets winnen. Schipbreuk lijden. Van wal ste-
ken. De kiel leggen. Het hoofd boven water houden. Onder
zeil gaan. Van stapel loopen. Op sleeptouw nemen. Als het
tij verloopt, verzet men de bakens. Laveeren. Ruimschoots
Plechtanker. Het over een anderen boeg wenden. Van koers
veranderen. Eene goede haven binnenloopen. Elkander in 't
vaarwater zitten.