Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1:21)
wezen reeds lang lot de geschiedenis behooren, in iiguur-
lijken zin is bovenstaande uitdrukking tot op den huldigen
dag blijven voortleven. Men zegt ni. van iemand, dat hij
zijne sporen verdiend heeft, indien hij bewijzen van bekwaam-
heid of geschiktheid voor iets heeft geleverd.
100. Hij heeft de gebreken zijner deugden.
Elke deugd ontaardt bij overdrijving licht in eene ondeugd.
Zoo kan overdreven spaarzaamheid in gierigheid, te groote
mildheid in verkwisting ontaarden; zoo grenst aan toege-
vendheid zwakheid en vertroeteling, zoo vervalt de gods-
dienstige ijveraar niet zelden tol dweepzucht.
Vandaar dat men bovenstaande uitdrukking bezigt, wan-
neer men te kennen wil geven, dat iemand zich bij de be-
oefening van eenige deugd dermate aan overdrijving schul-
dig maakt, dal die deugd in eene ondeugd of een gebrek
verandert.
101. Op til zijn.
Ue uitdrukking: er is iets op til wil zeggen: er is iets in
beweging, er moet of zal iets gebeurei» en wel dadelijk,
oogenblikkelijk. 't Woord til beteekende oorspronkelijk
eindpunt, tijdstip, ook kleine tijdruimte. In plaats van op til
bezigde men vroeger de uitdrukking: op dezen of dien til.
welke in beteekenis geheel overeenkwam met: op dit dat
oogenblik.
102. Zijn zegel aan iets hechten.
In de ntiddeleeuwen was 't gebruikelijk, dat zij. die samen
eene overeenkomst, een contract of een akkoord sloten, hun
zegel (een in was of lak afgedrukt wapen) met een lintje
hechtten aan 'l stuk, waarop hunne wederzijdsche verbinte-
nis was beschreven. Alhoewel dal gebruik reeds lang in on-
bruik is geraakt en men thans onder dergelijke contracten
Hoswijk kn Walstra. Het Levende Woord. II. 4de druk. U