Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12(»
89. De kroon spannen.
Spannen beteekende vroeger binden, vasthechten, en eene
kroon of krans was een hoofdsieraad, een band met daarop
aangebrachte versierselen. Henk aan de woorden eiA-e?2/tToon,
eerekroon en burgerkroon, 't Plaatsen van eene kroon of krans
op 't hoofd van iemand was een teeken. dat hij uitmuntte
boven anderen. Zoo kreeg de uitdrukking eene kroon dragen
de beteekenis vaii uitmunten b.v. in deugd, schoonheid enz.
En naast die uitdrukking stond met gelijke beteekenis eene
andere, nl. de kroon spannen. Immers, alleen hij, die zelf
tiitblonk. die zelf schitterde door deugd, of wel hij die op
schoonheid bogen kon. bezat het recht, anderen te bekronen,
te bekransen, crone te spannen wegens deugd of schoonheid.
Kn uit deze beteekenis van iemand tooien met zegeteekenen
ontwikkelde zich die van zelf boven anderen uitmunten.
90. Iemand den voet lichten.
Wanneer men in letterlijken zin iemand den voet licht,
kan hij niet staande blijven, moet hij dus vallen. In figimr-
lijkeu zin licht men iemand den voet, als men hem onder-
kruipt, d. w. z. als men hem van zijne betrekking berooft,
91. Iets op een goudschaaltje wegen.
i»e goudschaal dieni voor het wegen van goud. iJatzulk
wegen met de grootste nauwkeurigheid plaats heelt, ligt voor
de hand. In figuurlijken zin geeft de uitdrukking te kennen,
dat iets zeer voorzichtig geschiedt, dat men de nauwlettend-
ste zorg aan iets besteedt. Als men b.v. uiterst voorzichtig
spreekt, weegt men zijne woorden op een goudschaaltje.
92. Onder de plak zitten.
De plak, een plat. dik stuk hout, was naast de roede vroe-
ger het strafwerktuig, waarmede de onderwijzer den weer-
spannigen leerling tuchtigde. Ofschoon lichamelijke strallen