Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
67. Politieke Vmnegieters
noemt men hen. die pohtiseeren, d. i. over staats-en regee-
ringszaken redeneeren, zonder van politiek iets af te weten,
zoodat ze zich dan ook meestal zeer scheeve voorstellin-
gen maken van de politiek. De uitdrukking is ontleend
aan het blijspel »Politieke Kannegieter" van den Deenschen
tooneeldichter Holberg, in welk stuk een politiseerend tiime-
gieter voorkomt. (Kannegieter vertaald door tinnegieter).
68. Geen tittel of jota
wil zeggen: totaal niets. Zie MattheUs V : 18. De kleinste
letter van 't Hebreeuwsch heet jota ol' jod, terwijl men in
genoemde taal tittels (=: kleine streepjes, trekken) gebruikt
ter onderscheiding van veel op elkaar gelijkende letters.
69. Hij weet van blikken noch blozen
zegt men van iemand, die alle schaamtegevoel heeft uitge-
schud. Blikken — verbleeken. bleek worden; blozen —
eenen blos krijgen, rood worden.
70. De mug uitzuigen en den kemel doorzwelgen.
Deze uitdrukking beteekent: het onbeduidende als iets
zeer gewichtigs beschouwen, aan 't kleine, 't geringe eene te
hooge waarde toekennen en daarentegen 't groote, 't ge-
wichtige over 't hoofd zien of te gering schatten. De
spraakmakende gemeente, 't woord uitzijgen niet meer vat-
tende, heeft er ten onrechte uitzuigen van gemaakt. De echte
beteekenis intusschen leeft nog voort in muggeziften[~.\i\h-
belen. haarklooven). Zie Matth. XXUl : 24-.
71. Om de boomen het bosch niet zien.
Deze uitdrukking bezigt men, om te kennen te geven, dat
men te veel aandacht wijdt aan de onderdeelen eener zaak.
zoodat men geene juiste voorstelling krijgt van hel geheel.